Sperzieboon

Ook wel stamslaboon of prinsessenboon genoemd. Sperziebonen behoren tot de vlinderbloemfamilie. De naam haricots verts wordt gebruikt voor de dunne, fijne soorten. Ze kunnen gedeeltelijk voor hun eigen stikstofvoorziening zorgen omdat ze stikstof uit de lucht kunnen binden. Aan de wortels maken ze kleine knolletjes waarin de stikstof wordt vastgelegd. Er zijn ontzettend veel bonenrassen. Ze variëren in vorm en kleur. Ze kunnen als “struik” groeien waarbij ze laag blijven of als “stok” waarbij ze klimmen. Wij zaaien  begin mei de eerste sperziebonen. Om de twee à drie weken zaaien we twee bedden tot in juli. Zo kunnen we lange tijd sperziebonen oogsten.

Hoe oogsten

De planten staan dicht op elkaar. De bonen hangen onder de bladeren. Ze zijn daarom niet goed te zien maar er hangen er altijd meer aan dan je denkt. Neem er dus de tijd voor als je gaat plukken. Blijf op het pad en loop niet door het bed. Zo beschadig je de planten niet. Pluk van een plant alle bonen die groot genoeg zijn. Laat de kleine bonen hangen die kunnen dan nog groter groeien. Pluk met twee handen (met een hand de boon vasthouden met de andere het steeltje) zo trek je de plant niet uit de grond. Soms halen we een deel van de bonen uit de grond en kan je ze in de voortuin van de struik plukken. Er zijn veel bedden met sperziebonen maar je plukt natuurlijk alleen waar een oranje vlaggetje staat.

Hoe bereiden

De uiteinden van de bonen afsnijden. De bonen (niet te lang) koken. Proef of ze ‘beetgaar’ zijn.

Recept: sperziebonensalade

Nodig: paar ons sperziebonen, vier kleine tomaatjes, rode ui, lekkere azijn en olijfolie en peper en zout,

Bereiden: kook de sperziebonen en laat ze afkoelen. Snij de ui in fijne ringen en meng ze met de azijn. Laat een kwartier staan. Meng de bonen en de ui. Snij de tomaatjes in vieren en meng ze samen met de olijfolie en peper en zout met de sperziebonen.